Johan Albert van der Spijk – een kennismaking

In de spannende en turbulente jaren aan het einde van de achttiende eeuw maakte de in Doesburg geboren Johan Albert van der Spijk naam als advocaat in de gerechtshoven van het politieke centrum van de Republiek, ’s Gravenhage. In deze roerige periode van patriottenopstand, prinsgezinde contrarevolutie, de omverwerping van het stadhouderlijke bewind en het uitroepen van de Bataafse Republiek, gold Van der Spijk als betrouwbaar rustpunt van gerechtigheid.

Geboorte en familie

Johan Albert van der Spijk wordt is op 27 februari 1758 in Doesburg geboren en hier op 1 maart gedoopt als “Johan Aalbert – Zoon van Jacobus van der Spijk en Constantia Muijs”. Hij is de eerste kind uit het tweede huwelijk van zijn vader Jacobus van der Spijk (1712-1764) en moeder Constantia Muijs (1718-1772).

Doop Johan Albert van der Spijk

detail doopinschrijving Johan Albert van der Spijk, 1 maart 1758, Doesburg. GA-0176-487.5

Vader Jacobus van der Spijk was sinds 1738 predikant in het Gelderse Bronkhorst en Steenderen. Hier werden uit het eerste huwelijk van Jacobus met Catharina de Baas de vijf oudere broers en zussen van Johan Albert. Het gezin verhuist begin jaren 1750 naar Doesburg, waar Jacobus predikant voor de hervormde gemeente was.

Nadat zijn eerste echtgenote Catharina in het voorjaar van 1753 overleed, hertrouwde Jacobus nog hetzelfde jaar met de Doesburgse Constantia Muijs. Op het moment dat Johan Albert in 1758 wordt geboren is zijn oudste halfbroer Johannes (1738-1771) al twintig jaar oud. Een jaar na Johan Albert wordt in Doesburg nog een zusje geboren.

Latijnse school en universiteit

Johan Albert van der Spijk groeit op in de Doesburgse Kerkstraat en krijgt onderwijs aan de plaatselijke Latijnse School. Hij is net zes jaar oud als zijn vader overlijdt. Acht jaar later, op zijn vijftiende, verliest hij ook zijn moeder Constantia. Johan Albert blijft nog drie jaar in Doesburg onder voogdij voor hij op 7 september 1775 met attestatie naar Utrecht vertrekt voor de studie Godgeleerdheid. In 1779 volgt de overstap naar de Gelderse Academie in Harderwijk, waar “Joannes Albertus Van der Spijk Doesburgensis. Jur. U. Stud.” zich op 22 september inschrijft als student Romeins en Hedendaags Recht. Hij maakt de overstap naar Utrecht samen met zijn vriend, de latere hoogleraar Natuurlijke Wetenschappen Jan Arnold Bennet.

inschrijving J.A. van der Spijk, Universiteit Harderwijk

inschrijving Johan Albert van der Spijk aan de Gelderse Academie, 22 september 1797. GA-0013-137

In september 1781, nog voor hij zich op 9 oktober inschrijft als promotiekandidaat aan de Gelderse Universiteit (en waar hij later dat jaar als drieëntwintigjarige promoveert), heeft Johan Albert zijn aanstaande verhuizing naar ‘s Gravenhage al geregeld. In juli 1782 is hij als advocaat in Den Haag werkzaam “voor de respectievelijke Hoven van Justitie alhier”. Ruim een jaar later treedt hij in het huwelijk met de tien jaar oudere Aletta Gerharda Andrea Gordon (1747-1816).

Verbonden Gelderse families

Dit is een mooi moment om te kijken naar de verbindingen tussen de verschillende Gelderse families. Het is leuk om te zien hoe deze op verschillende manieren, plaatsen en momenten met die van Gordon verbonden zijn. Op het moment dat vader Jacobus van der Spijk met zijn gezin vanuit Steenderen naar Doesburg verhuisde en er als predikant actief werd, ontmoette hij in het vestingstadje aan de IJssel de familie Rasch en in het bijzonder het gezin van kerkmeester Petrus Rasch. Ook maakte Van der Spijk kennis met het gezin van kolonel Jacob Gordon en Johanna Maria Heijdenrijk en hun kinderen. Op 21 september 1755 (Johan Albert van der Spijk is dan nog niet geboren) vertrekt de oudste zoon van Jacobus, Johannes van der Spijk, samen met Adam Bernard Smits Gordon naar Harderwijk voor hun studie Godgeleerdheid aan de Gelderse Academie (opvallend en leuk detail is dat beiden in 1761 de universiteitsstad gelijktijdig weer verlaten).

Wanneer Johan Albert zich jaren later aan deze universiteit inschrijft, dan doet hij dat gelijktijdig met zijn stadsgenoot Petrus Rasch die dezelfde studie Rechten gaat volgen. Deze Petrus Rasch is kleinzoon van de oude Doesburgse kerkmeester Rasch en zoon van mr. Bernard Johan Rasch en diens jeugdvriendin Maria Robbertina Gordon. Ten tijde van de promotie van Johan Albert eind 1781 komt Adam Bernard Smits Gordon naar Harderwijk om bij de gebeurtenis aanwezig te zijn (Johan Alberts oudere halfbroer Johannes is dan inmiddels net als zijn ouders overleden). In Den Haag wordt de jonge advocaat collega van Menso Gordon, de oudste zoon van Jacob Gordon en Maria Johanna Heijdenrijk, die er al ruim twintig jaar advocaat is.

Huwelijk en carrière

incriptie Aletta Gordon, Album Amicorum van Johan van der Spijk

Inscriptie Aletta Gordon aan Johan van der Spijk in zijn album amicorum. KB-131H38,

Door de relationele verbindingen tussen de verschillende families Van der Spijk, Rasch en Gordon is het geen wonder dat Aletta Gerharda Andrea Gordon en Johan Albert van der Spijk elkaar vonden, ver van hun geboortestad Doesburg. Op 2 november 1783 gaat het stel in ondertrouw, het huwelijk zelf vindt plaats op 19 november in de Haagse Kloosterkerk. Aletta is dan zesendertig jaar oud, Johan Albert is vijfentwintig. Anderhalf jaar later, op 4 augustus 1785 wordt dochter Constance geboren (“die door hare beminnelijke hoedanigheden met regt de vreugde en wellust harer ouderen was”).

Johan Albert van der Spijk wordt in de hofstad een van de vermaardste rechtsgeleerden en weet binnen enkele jaren een bloeiende praktijk op te bouwen. “Bij den welverdienden roem van ongemeene regtskunde, uitstekende schranderheid, niets verwaarloozende naauwkeurigheid en altijd werkzamen ijver ging hem, met geen minder regt, die van goede trouw en naauwgezette eerlijkheid na”. Zo sprak de voorzitter van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, Matthijs Siegenbeek, in 1826 na de dood van Johan Albert van der Spijk. “In het bestrijden van zijne wederpartij, nam hij doorgaans, ten gevolge der hem eigene beschaafdheid en zachtmoedigheid, de regelen van bescheidenheid en welgevoeglijkheid in acht; doch wanneer hij bij deze list en bedrog meende ontwaar te worden, liet hij de taal eener edele verontwaardiging niet zelden op het krachtigst hooren”. Het kararkter van Van der Spijk zou bovenal blijken uit de “edelmoedigheid, met welke hij meermalen, zonder uitzigt op belooning, de zaak van verdrukten en ongelukkigen op zich nam en hunne belangen op het ijverigst voorstond”.

Omwenteling en volksvertegenwoordiger

De tegenstellingen tussen patriotten en prinsgezinden leidden in deze jaren tot een patriottenopstand die in september 1787 gevolgd werd door een contrarevolutie waarbij met hulp van Pruisen stadhouder en prins van Oranje Willem V opnieuw de touwtjes in handen kreeg. Veel patriotten waren gedwongen naar het buitenland te vluchten. Nadat Frankrijk in 1793 de oorlog had verklaard lukte het de patriotten in januari 1795 met Franse militaire hulp alsnog het stadhouderlijke bewind omver te werpen en de Bataafse Republiek uit te roepen.

Na de omwenteling wordt de gematigd patriot Johan Albert gevraagd om de functie van Fiscaal bij het Hof van Holland te vervullen (toezichthouder op de handhaving van de openbare orde en openbaar aanklager, vergelijkbaar met officier van justitie), maar hij ziet hier van af. Van maart 1796 tot 22 januari 1798 maakt hij wel deel uit van het Provinciaal Bestuur van Holland. Ook is hij van 1 september 1797 tot 22 januari 1798 lid van de Tweede Nationale Vergadering. Deze benoeming aanvaardde hij niet bepaald met veel enthousiasme en hij diende vergeefse verzoeken in om van “die roeping ontslagen te worden”. Uiteindelijk stemt hij toe en behoort daarmee tot de eerste generatie Nederlandse politici.

Een bijzondere bron voor deze periode in het leven van Van der Spijk vormt zijn album amicorum, een zogenaamd vriendenboekje. Al in zijn studententijd in Harderwijk schreven vrienden en medestudenten als Petrus Rasch en Adam Bernard Smits Gordon in het album van Johan Albert. In 1798 wordt het album amicorum weer actueel en komen de politieke ontwikkelingen in de roerige periode net na de Nederlandse Revolutie duidelijk naar voren. De patriotten die het erfstadhouderschap afschaften en de Bataafse Republiek uitriepen waren alles behalve eensgezind. Federalisten en centralisten verschilden van mening over de staatsvorm, aristocraten en democraten streden over de vorm van regeren. Hiertussen bewogen zich moderaten als Van der Spijk.

Staatsgreep en gevangenschap in Huis ten Bosch

Op 22 januari 1798 vindt een staatsgreep plaats door radicale patriotten. Hierbij wordt een twintigtal, veelal gematigde patriotse leden van de Nationale Vergadering onder wie Johan Albert van der Spijk, gevangengezet in het voormalige paleis van stadhouder Willem V, Huis ten Bosch. Het album amicorum van Van der Spijk geeft een interessante inkijk in deze bijzondere periode van gevangenschap van Nederlandse politici en is daarmee ook een belangrijke bron. De gevangenen laten berichten achter in elkaars vriendenboekjes en geven woorden van hoop, troost en vastberadenheid. Ter duiding van deze inscripties heeft Van der Spijk een aantekening aan zijn album toegevoegd:

Nadat ik met verscheide Leeden van de Nationale Vergadering repreesanterende het Volk van Nederland, op den 22 January 1798 feitelyk belet en aan mij daarna van weegens de overgebleven leden geinterdeceert was ten welgemelde Vergadering Sessie te nemen […] en Nadat ik met eenige van booven gemelde Leeden op den 3 february daaraanvolgende […] eerst in mijn huis door een officier en twee onderofficiers gearresteerd en den gehelen dag bewaart was zonder acces, en daarna op het huis in ‘t Bosch bij den Haag des nagts ten halve 12 onder eenen militaire dekking van eenige Ruiters getransporteert geworden was, alwaar men ons mede Zonder acces bewaart, versogt ik mijnen vriend J.A. Bennet te Leijden om mij dit album, het welk een zeer geruimen tijd bij hem geweest was, te willen zenden en ontving dat met de volgenden regels van mijn eenigst dochtertje, toen 12 jaren oud, op den 21 february 1798.”

albuminscriptie Constance van der Spijk aan haar vader Johan

albuminscriptie Constance van der Spijk aan haar vader. KB-131H38

Het zijn niet de gewichtige regels van de verschillende politici, maar Constance die de meeste indruk maakt. Door de staatsgreep en gevangenschap moest zij haar vader missen en zou ook niet samen met haar moeder zijn veertigste verjaardag kunnen vieren. Met haar persoonlijke bericht en steunbetuiging steekt zij Johan Albert een hart onder de riem:

“Pour vous mon Coeur bat, et pour vous je respire.
De Vous revoir bientot, – c’est tout, que je desire.
En lisant ces regles longez à votre
Tres affectionee Fille
Constance Van der Spijk.
21 fevrier 1798”

[Voor U klopt mijn hart, en voor u adem ik.
U binnenkort weerzien, – dat is alles wat ik wens.
Denk door deze regels te lezen
aan uw zeer toegewijde dochter
Constance Van der Spijk]

Schuin op de pagina schreef Constance nog een symbolum, een persoonlijk motto, aan haar vader: “La Vertu Triomphe” – De Deugd Triomfeert.

Het einde

Op 5 mei 1803 komt de pas zeventienjarige Constance, de geliefde dochter van Aletta en Johan Albert, plotseling te overlijden. Onder meer de Rotterdamse Courant meldt dat:

“Ons eenig Kind, onze geliefde Dochter, Constance Van der Spyk, stierf, dezen nacht, in den ouderdom van byna agttien Jaren, aan een toenemend verval van krachten, en bykomende Koortsen: – – Zy verwisselde haar Lot met een beter, maar ons bleef niets anders over, dan troostloos by haar overschot neer te zitten, en God te bidden, dat Hy zelf ons leere zynen wil te eerbiedigen.
’s Hage den 5 Mey 1803. J. A. Van der Spyk. A. G. A. Gordon.”

Dertien jaar later, na de dood van de “vriendin zijner jeugd” op 15 februari 1816, moet Johan Albert ook zijn Aletta Gerharda Andrea Gordon “met een gebroken hart ten grave brengen”. Opnieuw blijkt uit het rijke vriendenboekje van Van der Spijk de liefde van de twee, waar op de eerste pagina Aletta haar gevoelens met de lezer deelt:

Vergankelijk Papier, Ach waerd gy Parkemendt!
Wat zeg ik Parkemendt, Neen… ijser ,moogt gy weezen
Myn Penne een Staale-Griff, dan – kon de naneef leezen
Dit Paer Bemind Elkaar tot aan hun Levens Endt
A.G.A. Gordon”

In 1824 wordt Johan Albert van der Spijk door de koning Willem I tot Ridder in de Orde van de Nederlandsche Leeuw benoemd, “ter vergelding van een leven, gedurende ruim veertig jaren aan de eerlijke en getrouwe handhaving der geregtigheid toegewijd”. Twee jaar later, op 10 maart 1826, komt Johan Albert Van der Spijk te overlijden in Den Haag. In juni dat jaar wordt hij in Leiden geëerd op de Jaarlijkse Vergadering der Maatschappij van Nederlandsche Letterkunde door voorzitter Matthijs Siegenbeek, die zijn toespraak dan ook begint met de woorden:

“Voor zoo verre intusschen het geëerde Medelid, dat ons ontviel, met name de beroemde Regtsgeleerde van der Spijk, met regt eene groote vermaardheid en eene algemeene hoogachting genoot, vordert gij billijkerwijze van mij, dat ik aan zijne nagedachtenis de verdiende hulde toebrenge. Ik zal trachten aan die vordering, zoo veel in mij is, te beantwoorden, en verzoeke daartoe, nog voor eenigen tijd, uwe genegene aandacht.”

 

Waar niet verder benoemd komen de citaten uit Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 1826, p.12-14. Het album amicorum van Johan Albert van der Spijk bevindt zich in de Koninklijke Bibliotheek Den Haag.

Dit bericht is geplaatst in Aletta Gerharda Andrea Gordon, Nieuws, Van der Spijk met de tags , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *