Hermanus Drost 1 – Drosten uit Tricht, een kleine genealogie

In eerdere stukjes over ‘Zomaar een Drost’ die in het Mededelingenblad zijn verschenen, is meermaals de naam van Hermanus Drost (1745-1835) gevallen. Zo was hij mede-eigenaar van de Firma Buedingh & Drost, waar over meerdere generaties verschillende heren Drost en Buedingh werkzaam zijn geweest. De twee families waren ook in de echt met elkaar verbonden. Dionysius Drost (1804-1893), een kleinzoon van Hermanus kwam eveneens ter sprake. Nu ik Hermanus Drost, zijn firma en kleinzoon in het vizier heb gekregen, en zij zowel direct als indirect verbonden blijken bij mijn onderzoek naar de familie Gordon, ben ik wel benieuwd geworden naar het verhaal van Hermanus Drost uit het Drostengeslacht Tricht.

Wapen Tricht

Familiewapen Drost-Tricht

Jan Drost, lid van de Drosten-vereniging en de Trichtse Drostentak – en in een directe lijn nazaat van Dionysius Drost, Hermanus Drost en Anna Gertruy Buedingh – heeft mij verschillende documenten toegestuurd met informatie over zijn voorvaders en voormoeders. In een drieluik zal ik deze informatie met u delen, aangevuld met gegevens uit onder meer het Documentatiecentrum van de Studiegroep Geslachten Drost en mijn eigen bevindingen. In dit eerste stuk behandel ik de genealogie van de familielijn leidend naar Hermanus Drost en zijn gezin. Onderaan het stuk is een genealogie van de besproken generaties geplaatst. *

Tricht

De Drostentak waar Hermanus Drost onderdeel van vormt staat bekend als Tricht, genoemd naar het Gelderse dorp aan de Linge. Tegenwoordig maakt Tricht deel uit van de gemeente West Betuwe, gelegen in het meest westelijke deel van Gelderland. De huidige fusiegemeente bevat 27 kernen, waaronder de dorpen Tricht en Buurmalsen, waar verschillende (aangetrouwde) familieleden geboren, getogen en overleden zijn. De twee dorpen Buurmalsen en Tricht werden in 1502 een juridische eenheid en vormden samen een gemeente binnen het graafschap Buren. Ook Beusichem, waar verschillende familieleden uit de eerste generaties binding mee hadden, viel van oudsher onder Buren.

De stamvader van de Trichtse Drosten, Hendrik Drost, is grotendeels in nevelen gehuld. Hij is ca. 1596 geboren, maar zijn geboorteplaats is onbekend. We weten ook niets over zijn echtgenote, geen naam of data, waarschijnlijk geboren rond 1600. Het enige wat bekend is over hun huwelijk is dat hieruit (in elk geval) twee zoons zijn geboren: Cornelis Hendriksz Drost en Willem Hendriksz Drost. Van de laatste is bekend dat hij op ongeveer 71-jarige leeftijd is overleden te Tricht. Op weg naar Hermanus Drost volgen we echter het spoor van Cornelis Hendrikz Drost (voor 1620-ca. 1659). Ook van hem is slechts weinig informatie voorhanden. We weten alleen dat hij ongeveer veertig jaar oud is geworden en dat hij samen met Anneke Aarts twee zoons heeft gekregen: Herman Cornelisz en Hendrik Cornelisz Drost. Het is niet duidelijk of beide jongens in Tricht, worden geboren, maar vanaf dit moment wordt in het Gelderse dorp gehuwd en worden hier kinderen Drost geboren en familieleden begraven.

Herman Cornelisz Drost (ca. 1644-1674) treedt rond 1671 in het huwelijk met Aaltje Jacobs van Blokhuysen. Zij krijgen tussen 1672 en 1674 vier kinderen. Gezien de tijdspanne is het waarschijnlijk dat onder de kinderen een tweeling is, mogelijk Hermanus en Huybertje. Vader Herman overlijdt twee weken voor de geboorte van zijn zoontje Hermanus, die op 16 augustus 1674 ter wereld komt (de jongere broer van vader Herman, Hendrik, was al in juni dat jaar overleden), moeder Aaltje overlijdt op de dag van de geboorte van haar zoontje in het kraambed. Aan de gevolgen van de (dubbele) geboorte of waart die zomer ook een ziekte rond? Het is ook onduidelijk wat er met de kinderen is gebeurd en wie de zorg over hen op zich heeft genomen. Beaufort en Van den Berg maken in De Betuwe (1968, p.140) melding van een gebroken zerk (70x40cm) op het kerkhof van het gereformeerde kerkje in Tricht. Hierop staat een zandloper afgebeeld, het symbool van de Trichtse Drost, met daarbij de tekst: “De erfgenamen van Herman Cornelisz Drost 1709”. Is de steen door de erfgenamen 35 jaar na het overlijden van Herman (en dat van zijn broer en echtgenote?) aangekocht en behoorde het wellicht tot een familiegraf of grafkelder?

Van alle markten huis

Hermanus Drost (1674-1744), ook bekend als Harmen en Hermen, wordt feitelijk geboren als wees en is nog op dezelfde dag gedoopt. Het is mogelijk dat de getuigen bij de doop, zijn peetouders, oudoom Willem Hendrikz Drost en Neeltje Hermans, de opvoeding van Hermanus en zijn zussen hebben verzorgd, of hier in elk geval bij betrokken zijn geweest. Dit smeekt om nader onderzoek.

Op 19 mei 1703 gaat de 28-jarige Hermanus Drost in ondertrouw met Aaltje (ook: Anna, Anneken) Jacobs van de Sandt. De huwelijksplechtigheid vindt twee weken later, op 3 juni plaats in haar geboortedorp Beusischem. Het stel krijgt acht kinderen waarvan zeker vijf kinderen volwassen worden.

Hermanus Drost is timmerman en daarnaast ook bestuurlijk actief. In 1734 is hij een van de schepenen in de bestuurseenheid Buurmalsen en Tricht. In deze tijd wordt ook het familiewapen Drost-Tricht zichtbaar in gebruik genomen. Het gevierendeelde wapenschild bevat elementen van de families Drost en Van de Sandt en zal ook door nazaten van beide families worden gebruikt.

In de rode vlakken, linksboven en rechtsonder, wordt een gouden zandloper met glas en vleugels van zilver weergegeven. Het symboliseert de familie Drost. De twee zilveren vlakken, rechtsboven en linksonder, symboliseren de familie Van de Sandt en laten twee rode beurtelings gekanteelde dwarsbalken zien met op de bovenste balk twee eveneens rode, naar elkaar toegekeerde, hanen. Het wapen wordt getooid door een helmteken met daarop een zandloper zoals op het schild. De beschrijving is gebaseerd op die van de afdeling Heraldiek van de Nederlandse Genealogische Vereniging (NVG, 1996.012). Het familiewapen Tricht is eerder behandeld in Mededelingenblad 15.1 (2006).

Anna van der Sandt wordt in 1742 als “huisvrouw van Hermen Drost” begraven in de kerk van Tricht. Twee jaar later wordt hier ook Hermanus bijgelegd.

Voor de lijn naar Hermanus’ kleinzoon en naamgenoot zijn twee kinderen bijzonder van belang. Allereerst dochter Aaltje Drost (1708-1766). Zij treedt op 31-jarige leeftijd te Amsterdam in het huwelijk met Johannes Buedingh, poorter van de stad Amsterdam. Zij krijgen twee kinderen, waaronder in 1745 dochter Anna Geertruy Buedingh.

Zoon Aart Drost (1717-1794), de jongere broer van Aaltje, vertrekt als twintiger uit Tricht en trouwt op 17 mei 1744 als 26-jarige in Vianen met de 20-jarige Sophia de Wit. In Vianen is Aart ‘Meester Moolenmaaker en Opsiender van de Gebouwen en Betimmeringen van de Domainen van Vianen en Ameyde’. Een van de werkzaamheden waarbij Aart Drost binnen Vianen en Ameyde betrokken werd was het ‘watermanagement’. Zo heeft Aart “ten versoeke van Schout en Heemraad van Ameyde, op den 21 November 1765 […] gepeilt en afgemeeten de hoogte van de soo genaamde Molestraat binnen Ameyde, loopende langs de Gragt waar door het Quelwaater uit de soo genaamde Soodeslaagen onder Tienhoven door middel van Zeylen of Schuyfduykers worde agetapt, mitsgaders de hoogte van het Predikants Huis, Erf en Thuin, Kerkhof en Kerk van Ameyde, geleegen en staande aan de noordzyde van de gemelde Gragt”. (via: Resolutien van de Heeren Staaten van Holland en Westvriesland, in haar Edele Groot Mog. Vergadering genoomen in den Jaare 1767).

Nog twee oudere broers van Aart traden in de ‘timmermanssporen’ van vader Hermanus. Zo was Jacobus Drost werkzaam als molenaar en meester timmerman in Arkel. Broer Hendrik Drost werkte onder meer in opdracht van het bestuur van Buren. In 1743 kreeg hij opdracht om bestek te maken van de reparaties aan het stadhuis, in 1755 volgden nog renovaties aan de Schutterskamer (Beaufort en Van den Berg, p.103).

Uit het huwelijk van Aart en Sophia worden zeven kinderen geboren. Het is hun oudste zoon Hermanus waar mijn oog op viel tijdens mijn onderzoek en die al in eerdere artikelen in het mededelingenblad ter sprake kwam. Hij is de protagonist van dit drieluik.

Ondertrouw Hermanus Drost en Anna Geertruy Buedingh

Ondertrouw Hermanus Drost en Anna Geertruy Buedingh, SAA-26196731 DTB 610

Hermanus Drost (1745-1835), twee dagen na zijn geboorte op 28 februari in Vianen gedoopt, volgt zijn vader niet als molenaar. Hermanus zal carrière maken als koopman. Hij vertrekt als jongeman naar Amsterdam en woont aan de haven, op de Rapenburg bij de Foeliestraat, wanneer hij als twintigjarige op dinsdag 20 september 1765 in ondertrouw gaat met Anna Geertruy Buedingh (1745-1785). Anna is zijn nichtje, de dochter uit het huwelijk van Aaltje Drost en Johannes Buedingh. De verbinding tussen de families Buedingh en Drost zal van groot belang blijken voor de carrière van Hermanus. De huwelijksvoltrekking vindt negen dagen later plaats, op donderdag 29 september. Het stel blijft wonen op de Rapenburg en krijgt twee zoons. Beide jongetjes krijgen de naam van hun grootvader mee: Johannes Bueding en Arent Drost. Anna Geertruy is nog geen veertig jaar oud als zij komt te overlijden. Zij wordt op 14 april 1785 begraven in een “Eyge graff” in de Ooster Kerk.

Vijf jaar later, op woensdag 29 december 1790 treedt weduwnaar Hermanus opnieuw in het huwelijk, met Wilhelma Spanceerder (1763-1816). Ook voor Wilhelma is dit het tweede huwelijk, zij is weduwe van Meynhard Steenhouwer en was woonachtig op de Blauwburgwal in Amsterdam. Hermanus Drost is op dat moment al van de Rapenburg verhuisd naar de Buitenkant, bij de Schipperstraat, voor zijn werkzaamheden nog steeds ideaal bij de haven gelegen. Het huis op de Rapenburg blijft in de familie, het zal later bewoond worden door Arent Drost, zoon uit het eerste huwelijk van Hermanus.

De Buitenkant is tegenwoordig bekend als de Prins Hendrikkade. In 1808 koopt Hermanus Drost nog een ander pand op de Buitenkant, nr. 24, nu Prins Hendrikkade 131. Dit was eens het woonhuis van Michiel Adriaansz. de Ruyter. Hermanus zou hier tot aan zijn dood blijven wonen. In Amsterdam heeft hij een aanzienlijke carrière opgebouwd. Hij was niet alleen koopman en (mede)eigenaar van verschillende firma’s die internationaal handelden, maar daarnaast ook politiek actief in de stad. De ‘handel en wandel’ van Hermanus Drost en enkele andere (aangetrouwde) familieleden staat centraal in het tweede deel van dit drieluik.

Een fraai portret

Voor nu zal ik afsluiten met twee olieverfschilderijen die de rijkdom, het aanzien en de carrière van Hermanus fraai weergegeven. De bekende literair- en kunsthistoricus Gerrit Kamphuis, die in zijn carrière over meerdere Drosten gepubliceerd heeft, schreef in 1973 voor het Bulletin van het Rijksmuseum een artikel over de twee portretten. Het betreft een ‘dubbelportret’ van Hermanus Drost en zijn tweede echtgenote Wilhelma Spanceerder, gemaakt door de kunstschilder Jan Ekels de Jonge (1759-1793). Ik heb het woord dubbelportret tussen aanhalingstekens gezet omdat er een tijdspanne van ongeveer drie jaar zit tussen het vervaardigen van de schilderijen. Het portret van Hermanus is gemaakt in 1789, op het moment dat hij weduwnaar was van Anna Geertruy Buedingh en nog niet in het huwelijk getreden met Wilhelma Spanceerder. Het portret van haar is door dezelfde schilder gemaakt in 1792, ruim een jaar na het sluiten van hun huwelijk.

Wilhelma Spanceerder, portret door Jan Ekels de Jonge, 1792

Wilhelma Spanceerder, portret door Jan Ekels de Jonge, 1792. RKD afb.nr. IB00069028

Wilhelma zit op een Louis XVIe stoel. Ze draagt een muts van neteldoek dat rechts onder de kin is gestrikt. Verder draagt zij een blauwe zijden japon met keurslijf. Om haar hals draagt zij een fichu met kanten strik en een broche. Wilhelma houdt een waaier in de rechterhand en heeft om haar rechter ringvinger een ring met groene steen. De rechter elleboog rust op de tafel met een olijfgroen kleed. Hierop staan haar mand-tas, een sjaal en een boek. Rechts op het schilderij is nog een stoel te zien met daarover een donkere cape.

Hermanus zit net als Wilhelma op een Louis XVIe-stoel met zalmrode bekleding. Op zijn hoofd heeft hij een zogenaamde staartpruik met twee als krullen opgerolde ‘batterijen’. Hij draagt een rok met zilveren knopen over een wit vest, een kniebroek en kniekousen. De rechterarm is in het vest gestoken, zijn linker rust op een tafel met een olijfgroen kleed, waarop verder een inktstel en schrijfgerei staan. Het geheel van de twee schilderijen wekt zo de indruk dat Hermanus en Wilhelma samen aan tafel zitten. Op de vloer ligt een veelkleurig tapijt, boven aan de muur hangt een blauwe draperie.

Hermanus Drost, portret door Jan Ekels de Jonge, 1789

Hermanus Drost, portret door Jan Ekels de Jonge, 1789. RKD afb.nr. IB00069027

Boven de bruine lambrisering is tegen de grijze wand een hangend festoen te zien. De afgebeelde attributen verwijzen allemaal naar de handel en Hermanus als internationaal koopman. Een ton gaat deels schuil achter een pakket waarop de letters B&D zichtbaar zijn. Deze verwijzen naar de firma Buedingh & Drost, waarvan Hermanus mede-eigenaar was. De firma handelde onder meer in vlees en boter. Boter werd gewoonlijk in vaten vervoerd, gezouten vlees in pakketten. Daarachter zijn een anker, drietand en een roeispaan gegroepeerd, met erboven een mercuriusstaf en zeven samengebonden pijlen. Bovenaan het lint zit nog een mercuriuskop. Mercurius was de Romeinse godheid verbonden met handel, reizigers en winst. Zijn naam is afkomstig van het Latijnse mercator, koopman. Kamphuis schrijft dat de “pijlenbundel zal moeten aangeven dat zijn [Hermanus’] handelsrelaties zich uitstrekten tot alle zeven provincies”. Het lijkt mij echter dat de pijlenbundel met zeven pijlen en de andere verwijzingen naar de scheepvaart juist aangeven dat de handelsrelaties en contacten van Hermanus Drost over de zeven wereldzeeën reikten, tot in Suriname, de Kaapkolonie en Oost-Indië. Op dit onderwerp zal ik in het volgende stuk verder ingaan.


* De stamboom Tricht is nog steeds een genealogie in ontwikkeling. Veel gegevens: geboorte/doopdata en -plaatsen, sterf/begraafdata en -plaatsen zijn niet bekend en/of niet opgenomen in het overzicht en de gegevens van het Documentatiecentrum. Ook bevinden zich enkele onduidelijke en vreemde gegevens in de genealogie. Misschien dat het ‘Tricht-drieluik’ het onderzoek naar en binnen deze familietak een nieuwe impuls kan geven.

Bij het schrijven van dit stuk heb ik onder andere gebruik gemaakt van onderstaande literatuur en bronnen:
– Documentatiecentrum van de Studiegroep Geslachten Drost en eerdere mededelingenbladen, aangevuld met informatie toegestuurd door Jan Drost.
– Gens Nostra 1996, p.490.
– R.P.F. de Beaufort en Herma M. van den Berg, De Betuwe (Den Haag 1968). Ook online beschikbaar via www.dbnl.org.
– G. Kamphuis, ‘De portretten van Hermanus Drost en zijn vrouw geschilderd door Jan Ekels de Jonge’, in: Bulletin van het Rijksmuseum 21 (p.25-30).


Genealogie familitak Drost uit Tricht

Dit artikel verscheen eerder in het Mededelingenblad van de Studiegroep Geslachten Drost, december 2019.

logo Studiegroep Geslachten Drost

Dit bericht is geplaatst in Columns, Drost, Nieuws met de tags , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *